· Wout Vermeulen · 6 min leestijd · Categorie: Ambacht
Waarom sgraffito bijna verdween — en onverwacht terugkomt
In 1954 waren er in de Kempen twaalf sgraffitomeesters actief. Het was toen geen bijzonder vak meer — het was gewoon hoe je een gevel mooi maakte. De boer die zijn hoeve liet pleisteren, betaalde een paar centen extra voor een bandje met ruiten of een zon in de topgevel. Niemand noemde het “erfgoed”. Het was woensdag.
Daarna kwam cement. Goedkoop, snel, en — dat wisten we toen nog niet — verkeerd voor elke oudere muur. De pleisterlagen werden hard en waterdicht, de gevels verloren hun ademhaling en hun patroon. En een voor een stopten de meesters, zonder opvolger. In 2016 stierf Jozef Peeters, naar eigen schatting de laatste met een werkend atelier ten zuiden van de Nete.
Het rouwbericht dat een uitnodiging bleek
“Er zijn nog twee sgraffitomeesters in Vlaanderen” klinkt als een rouwbericht. Voor ons is het een businessplan. Want intussen gebeurde er iets vreemds: de vraag kwam terug. Niet vanuit de erfgoedwereld — die kende het vak nooit kwijt — maar via Instagram, via een krantenartikel over ons gildehuis in Herentals, via buren die zeiden: “zo eentje wil ik ook”.
Een verdwijnend ambacht plus een groeiende vraag naar unieke gevels is geen paradox. Dat is een markt.
Eigenaars van beschermde panden ontdekten dat sgraffito-herstel voor een groot deel gesubsidieerd wordt — tot 60%, soms 80% via Onroerend Erfgoed en de gemeentelijke gevelpremies. En particulieren met nieuwbouw kregen door dat je voor dezelfde prijs als een dure gevelbekleding ook een uniek kunstwerk mét uw familienaam in uw muur kunt laten krassen.
Wat er krassen moet worden
Waar vroeger twaalf meesters rondreden, zijn we nu met ons tweeën en een leerjongen. De wachtlijst is zes à acht weken — lang voor een aannemer, kort voor een ambacht. En eerlijk: het is geen snelle handel. Een gevel vraagt drie lagen, drie droogtijden en een weerman die het met ons eens is. Wie “sgraffito” Googlet en een offerte krijgt die dezelfde week nog getekend wordt, heeft geen aannemer gevonden maar een illusionist.
Daarom doen we het omgekeerde: u stuurt een foto, wij zeggen binnen een werkdag wat er kan en wat het kost. Soms is het antwoord “niets doen, die muur is reddeloos” — en soms is het “dit wordt de mooiste van de straat”. In beide gevallen betaalt u niets voor het advies.
De les van de egel
Jozef liet me behalve gereedschap één zin na: “Een schildaatje bedriegt, een egel niet.” Verf zit bovenop de muur en valt af. Een motief dat uit de toplaag zelf geschraapt is, blijft zolang de pleister blijft. Dat is precies waarom dit vak de twintigste eeuw overleefde ondanks alles: het is te goed om echt te sterven. Het mocht alleen even niemand doen.
Intussen doen wij het. En over acht weken, als uw beurt is, misschien wel iemand anders ook — want wie erbij staat te kijken terwijl we krassen, vraagt vroeg of laat: “kunnen jullie bij mij ook?”
— Wout Vermeulen, meester-sgraffitor & zaakvoerder, vanuit het atelier in Herentals.